Al vroeg in de zestiende eeuw leefde het idee dat zich zuidelijk van de uiterste punt van Afrika een groot vasteland, Terra incognita Australis, moest bevinden. Schipper Willem Jansz. was met zijn schip Duyfken de eerste Europeaan die in maart 1606 het land in zicht kreeg.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) besloot een expeditie uit te rusten om het geheimzinnige Zuidland te ontdekken. Op 14 augustus 1642 vertrokken twee schepen, de Zeehaan en de Heemskerk, onder bevel van commandeur Abel Tasman uit Batavia, de hoofdzetel van de VOC in Azië. Ruim drie maanden later zag de bemanning in het oosten hoge bergen opdoemen.
Van zijn reis, de dramatische ontmoetingen met de Maori’s en de wederwaardigheden van de schepen heeft Tasman nauwgezet verslag laten maken. Zijn gedetailleerde, geïllustreerde scheepsjournaal, dat eveneens de oudst bekende afbeeldingen van Maori’s toont, is dan ook een topstuk van Het Nationaal Archief in Den Haag.

Het zeventiende-eeuwse journaal is hertaald door Vibeke Roeper en Diederick Wildeman, die beiden hun sporen in de geschiedenis van de ontdekkingsreizen hebben verdiend. Alle oorspronkelijke afbeeldingen worden in de uitgave opgenomen. Een inleiding, geïllustreerd met zeventiende-eeuwse kaarten van Australië en Zuidoost-Azië, maakt de lezer wegwijs in het journaal.