Brieven van de Texelse Aagje Luijtsen geschreven tussen 1776-1780 aan haar man Harmanus Kikkert, stuurman in dienst van de VOC

In het nationale archief van Groot-Brittannië stuitte historicus Perry Moree op een kostbare schat: een volledige reeks brieven van een Texelse zeemansvrouw aan haar man die als stuurman voor de VOC voer.

In 1781 werd een vloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie bij Kaap de Goede Hoop het slachtoffer van een Engelse aanval. Stuurman Harmanus Kikkert behield het leven, maar zijn persoonlijke bezittingen, waaronder de brieven die zijn vrouw hem tijdens zijn reizen had geschreven, werden oorlogsbuit.

De vondst van de brieven is uniek. Een pakket van negentien lange brieven van één zeemansvrouw werd nooit eerder aangetroffen. De vondst is bovendien uitzonderlijk omdat de brieven een heel nieuw verhaal vertellen. Niet dat van de mannen op hun verre reizen over de wereldzeeën, maar het verhaal van de achterblijvende vrienden en familieleden.

Over Aagjes schouder lezen we mee: haar eenzame nachten, de omgang met haar schoonfamilie, haar dagelijkse zorgen en haar verlangen naar haar ‘Kikkertje lief’. De correspondentie breekt af op een aangrijpend moment, als Aagje haar man Harmanus moet informeren over de dood van hun zoontje. Aagjes brieven zijn levendig en teder, vol dagelijkse details maar ook vol menselijk drama. Ze geven een prachtig beeld van het dagelijks leven ruim tweehonderd jaar geleden. In het boek zijn Aagjes brieven onverkort gepubliceerd en nu voor iedereen toegankelijk.

Historicus Perry Moree voorzag ze van een inleiding, waarin o.a. ook een overzicht is opgenomen van de reizen die Harmanus en zijn broers voor de VOC maakten. Vibeke Roeper en Theo Timmer zorgden voor uitleg en toelichtingen die de brieven voor elke lezer begrijpelijk maken.

‘Als ik en Aavie en Betije en Leijs dan eens bij malkander zijn, dan zeg ik wel:
‘Ik wou dat Harmen van de nagt eens bij mij was.’ Dan laggen ze om mij en seggen:
‘Wou je nog meer hebben? Me dunkt dat je al genog hebt aan uw dikke leijf.’