Vanaf het midden van de zeventiende eeuw tot 1950 heeft Nederland veel geld verdiend aan de opiumhandel, met Indonesië als centrum. Dat geld verdween in de zakken van de Vereenigde Oostindische Compagnie, van een kleine groep notabelen en van een aantal leden van het Huis van Oranje. De winsten waren fabelachtig: Hans Derks berekent dat in die periode meer dan tachtig miljard, omgerekend in huidige euro’s, aan de handel verdiend is.

Hoe dat in zijn werk ging, hoe de belangenverstrengeling in elkaar stak en wat de gevolgen waren voor de Indonesische economie en de bevolking, staat te lezen in dit boek. Het is de geschiedenis van een ‘roofstaat aan de Noordzee’ (Multatuli) die niet terugdeinsde voor slavernij, uitbuiting en drugsdealerpraktijken.